O9-2 Tygo, de coach onder de spelers

We zaten in kleedkamer 12 van DCG voor één van onze thuiswedstrijden. We hadden net warmgelopen en we maakten ons klaar voor de wedstrijd. Ik trok mijn wedstrijdshirt aan. Altijd nummer 8. Ik knoopte nog één keer goed mijn veters en ik was eigenlijk wel klaar voor de wedstrijd. Ik ging rustig met armen en benen over elkaar zitten en ik zat de rest van de spelers te aanschouwen. Iedereen had zo zijn eigen rituelen.FC VVC JO9-2

Ik vond dat prima. De trainer hield nog een kort praatje en zei toen “iedereen even een minuutje voor zich zelf.” Ik zat nog steeds met mijn armen en benen over elkaar en zat iedereen weer eens met een glimlach te bekijken. Sommige gingen met hun hoofd tussen hun benen zitten. Sommige begonnen zich op te laden en ook zwaarder adem te halen. Andere gingen weer met hun ogen dicht zitten en weer anderen begonnen in zichzelf te praten. Ik zat rustig. Voor mijn gevoel gingen we gewoon lekker een wedstrijd spelen.

Er werd op de deur geklopt. De technisch manager, eigenlijk gewoon de leider maar dit stond duurder en bekte beter bij verjaardagen, deed de deur open. De scheidsrechter. Hij gaf aan dat we gingen starten. Ik wilde het liefst rustig gaan staan en relax naar het veld lopen. Maar daar kreeg ik niet de kans voor. Er gingen een paar spelers schreeuwen, alsof ze niet helemaal goed waren. De meest vreemde kreten kwam uit hun mond. Ik wist dat het ging gebeuren, maar toch schrok ik er telkens weer van. Dit waren dezelfde spelers die in het veld ook altijd aan het schreeuwen waren. En dan niet van, “Mel een stappie naar links”, of “probeer eens een speler over te slaan”. Maar het waren meer kreten van “SCHHHEEERRRRRPPPPEEEERRR”, “TWWWWEEEEDDDEEEE BALLLLLLLLLLLLLLLL”, “WINNNNNNNNENNN JEEEEEEEEEEE DUUUEEEEELLLLLLLLL”. En dat werd niet één keer gezegd, maar meerdere keren in een wedstrijd. Zelf had ik het gevoel dat ze zo hun voetbalkwaliteiten probeerde te verbloemen. Ik vroeg aan deze spelers in de kantine met een klein biertje weleens hoe zij zelf vonden dat ze aan het coachen waren. “Goed. Duidelijk”. “Wat vind jij van mijn manier van coachen?”, vroeg de zelfde speler. “Luid, hard, onnodig” en ik nam nog een slok van mijn kleine biertje.

Bij de O9-2 van VVC stond ik tijdens één van de eerste wedstrijd te coachen. Ik was ze aan het stimuleren om te dribbelen en acties te maken. Tot ik naast mij een kleine mannetje hoorde, Tygo, “Jelte jij dekt die”, wijzend met zijn rechter wijsvinger naar een speler van de tegenstander. “Dylan achter je”, wederom wijzend maar nu met zijn linker wijsvinger. “Senna dribbelen”, al klappend in zijn handen. “Maak je actie Daley en schiet.” Het mooiste is dat Tygo dat helemaal doet vanuit zichzelf. Hij staat langs de kant dan helemaal in zijn eigen wereld en leeft zo heerlijk mee. Sommige zijn op zoek naar een bal, andere gaan op de grond liggen en staren naar een vliegtuig die de landing inzet. Maar Tygo niet. Tygo is met de wedstrijd bezig. Loopt langs de zijlijn, klapt in zijn handen, juicht bij een doelpunt van zijn team. En vraagt om de minuut of hij er weer in mag.

Als ik Tygo langs de kant zie coachen dan geniet ik. Ik doe een stappie naar achteren en ik geef hem de ruimte. Ik ben niet meer bezig met de wedstrijd. Ik kijk naar Tygo. Maar het mooie is ook dat hij dat doet in de wedstrijd. Niet dat Tygo de hele wedstrijd aan het coachen is, maar in de wedstrijd hoor ik hem ook regelmatig medespelers op zijn of haar plek zetten. Ik vind dat zo mooi. En wordt dat geaccepteerd door de rest? Ja. Is Tygo dan de speler met de grootste mond, waar iedereen naar luistert? Nee, helemaal niet. Tygo is een rustig, fris, blond, vriendelijk klein mannetje. Natuurlijk leiderschap noemen ze dat.

Tijdens het pluspunten en kluspunten gesprek met Tygo, vertelde Tygo zijn vader dat Tygo dat tijdens één van de vakanties ook deed tijdens een basketbal toernooi. Spelend met kinderen die hij niet kon, stond hij iedereen op zijn plek te zetten. Geweldig. Over het pluspunten en kluspunten gesprek gesproken. Ik vroeg aan Tygo, hoe gaat het tot nu toe? “Goed”. “Wat gaat goed?” “Dribbelen, acties maken. Vooral de uitstap gaat heel goed”. “Klopt”, zei ik. “En wat kan je nog meer heel goed. Wat deed je vandaag tijdens de training weer een paar keer?” Op Tygo zijn gezicht verscheen een grote glimlach. Hij wist precies waar ik het over had. “De steekbal”. Inderdaad Tygo kan een geweldige steekbal geven. Gaat dat per ongeluk? Nee, totaal niet. Het najaar seizoen heb ik het niet over passen gehad. Iedereen vooral gestimuleerd om te dribbelen, acties te maken en op doel te schieten. Met het passen zijn we nu net een aantal weken serieus mee begonnen. Maar Tygo gaf al tijdens het najaar seizoen met grote regelmaat een steekbal. Tygo kan dat als de beste. Top.

Het is zaterdagochtend de wedstrijd is in de laatste minuten. Tygo wordt gewisseld. Hij komt naast me staan en vraagt binnen 10 seconden wanneer hij er weer inkomt. “Even geduld”, zeg ik. Een minuut later vraagt hij het weer. Lachend, haal ik mijn linkerhand door zijn blonde haar. Gelijk gaat Tygo weer coachen. Ik hoor hem verschillende namen roepen. Ik zie hem verschillende keren zwaaien met zijn rechter- en linker wijsvinger. De scheidsrechter fluit af. We gaan penalty’s nemen. Tygo staat klaar voor zijn penalty. Neemt een goede aanloop en schiet hem beheerst met zijn rechterbinnenkant rechts van de keeper in de uiterste hoek. Tygo draait zich om. Hij holt langs zijn medespelers recht in de armen van zijn vader. Bij beide verschijnt een brede glimlach. Mooi stel.