010-1 TROTS OP MIJN KLEINE MANNETJES EN KLEINE DAMETJE

Het is 13.00 uur in de middag. Ik kom thuis naar een ochtendje training geven voor de UFA. Ik ben moe. Ik ben gebroken. Een paar uurtjes nachtrust is voor mij toch niet meer genoeg. Ik plof op de bank. Mijn spieren ontspannen en ik denk aan gisteravond. Samen met een vriend heb ik een paar kleine biertjes gedronken. Een paar maar. Een paar teveel kan ik beter zeggen. Heerlijk.

Tijdens deze avond hadden we het over het leven, de liefde en natuurlijk de 010-1 van VVC. Mijn team. Mijn kleine mannetjes en kleine dametje. Hij wist dat ik vorig seizoen ook coach was van dit team. Hij wist dat vorig seizoen de nadruk lag op dribbelen, acties maken en schieten. We herhaalde dat, herhaalde dat en herhaalde dat nogmaals. De ouders hadden zelfs de opdracht gekregen om hun kind ’s nachts wakker te maken. Als hun kind wakker was, stelde ze hun de vraag, “Wat doe je als je de bal hebt”. De kinderen zeiden dan gelijk “dribbelen, acties maken en schieten, mamma”. Ze konden het dromen. En ze werden hier ook steeds beter in. Ze mochten dit ook overal doen. Of ze nou rechtsvoor stonden of linksachter. Dat maakte mij helemaal niets uit en dat maakt mij nog steeds niets uit.

Ik nam een slok bier. Iets te snel. Er liep een klein straaltje over mijn wang naar beneden. Ik veegde het af met mijn rechteronderarm. Hij keek mij aan en zei, “jij bent trots op je team. Ik zie het aan alles. Je ogen begon te glinsteren als je praat over je team”. Ik moest lachen. En ik merkte dat mijn glimlach groter en groter werd. Wat hij zei klopt. Ik ben super trots op mijn team. Het meest trotse ben ik dat ze allemaal beter aan het worden zijn. Aan het einde van het vorig seizoen was dat duidelijk om te zien. Maar de manier hoe ze nu aan het trainen zijn dat is niet normaal. Voor de 1ste gezamenlijke training had ik ze verteld, dat ik van ze verwacht dat ze tijdens de training alleen bezig zijn met de training. Er wordt niet op elkaars rug geklommen. Er worden geen ballen van een ander weggeschoten. Je eigen bal schiet je niet in de lucht. Je bent alleen bezig met de training. En dat doen ze op een geweldige manier.

We zijn nu zo’n 2 maandjes bezig en het is echt genieten met mijn kleine mannetjes en kleine dametje. We zijn momenteel 70 minuten aan het trainen. En we zijn ook echt aan het trainen. Of we nu de 1 tegen 1, 2 tegen 2, techniektraining, passen en trappen of op doelschieten doen. Met alles geven ze vol gas en zijn ze zo nu en dan niet te houden. De nadruk ligt nog steeds op dribbelen, acties maken en schieten. Maar er zijn een aantal punten bijgekomen. Namelijk “hoofd omhoog en passen”. Hoofd omhoog zodat ze kijken wat er om je heen gebeurd. Waar de ruimte ligt. En passen (overspelen) op de momenten dat er iemand voor je beter voorstaat. Continu zijn we dit aan het herhalen. Continu zijn we dit erin aan het stampen.

Ik zeg we, ja ik zeg weg. Tijdens dit seizoen is Alex van Opzeeland mij komen versterken. Alex speelt in de 019-2 van VVC en doet het echt geweldig. Samen nemen we de trainen door. Samen geven we ook de trainingen. Vaak splitsen we de groep. Zodat de spelers nog meer de individuele aandacht krijgen. Bij Alex gaan ze dan bijvoorbeeld afronden op onze geweldige keeper Robin. Gewoon 10 minuten bal vragen na een vooractie, opendraaien, versnellen met dribbelen, hoofd omhoog, uitval pass of schaar, hoofd omhoog en schieten. Gelijk terug na de 1ste pion om weer de bal te vragen. Alex daagt ze uit, Alex zweept ze op. Echt geweldig.

Dat we goed bezig zijn, blijkt wel uit onze wedstrijden. We gaan steeds beter spelen. We zijn nog steeds aan het dribbelen, we maken nog steeds de acties en schieten nog steeds op doel. Maar we spelen ook steeds meer met het hoofd omhoog. We kijken steeds meer waar de ruimte ligt en of er iemand vrijstaat. We passen steeds beter de ballen naar elkaar toe. Het is genieten om ze tijdens de wedstrijden 50 minuten lang vol gas te zien geven. Zaterdag zagen we dit ook allemaal terugkomen tijdens de wedstrijd tegen de Koninklijke HFC. We wonnen de wedstrijd met 12-3.

Gisteravond eindigde we melancholiek. We hielpen elkaar naar de bushalte. We hielpen elkaar in de bus. We zongen in de bus de beste Nederlandse klassiekers. En bij het afscheid zeiden we, “jij bent echt mijn beste vriend”. Nu lig ik languit op de bank. Ik denk aan morgen. Ik denk aan morgen in de namiddag. Als we weer met zijn allen op het trainingsveld staan. Als we weer een training vol gas gaan geven. Trots op mijn kleine mannetjes en kleine dametje.

FC VVC JO10-1